ECLI:NL:GHAMS:2013:2979
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling derde-beslagene tot betaling wegens niet afleggen verklaring ex art. 477a Rv
In deze civiele zaak stond centraal of de derde-beslagene, ex-werkgever van de schuldenaar, terecht werd veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor executoriaal beslag was gelegd. De gemeente had beslag gelegd op grond van meerdere besluiten tegen de schuldenaar en de derde-beslagene verzocht een verklaring af te leggen over de beslaglegging.
Ondanks herhaalde verzoeken heeft de derde-beslagene de verklaring niet geretourneerd en de beslaglegger niet betaald. De kantonrechter wees de vordering van de gemeente toe en veroordeelde de derde-beslagene tot betaling. De derde-beslagene stelde in hoger beroep onder meer dat de arbeidsovereenkomst met de schuldenaar was geëindigd, waardoor de vordering slechts gedeeltelijk toewijsbaar zou zijn.
Het hof oordeelde dat de arbeidsovereenkomst inderdaad per 30 april 2012 was geëindigd, maar dat dit de veroordeling niet kon verhinderen. De derde-beslagene was nog steeds in gebreke de vereiste verklaring af te leggen en werd daarom terecht veroordeeld tot betaling van het volledige beslagbedrag. Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde de derde-beslagene in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de derde-beslagene tot betaling van het beslagbedrag wegens het niet afleggen van de vereiste verklaring.