ECLI:NL:GHAMS:2013:2978
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.A. Joustra
- C.G. Kleene-Eijk
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late betaling griffierecht
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam. Het hof heeft in de zitting van 12 juni 2013 uitsluitend de ontvankelijkheid van het hoger beroep behandeld.
Het hof constateert dat het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na indiening van het beroepschrift is betaald. De betaling vond pas na deze termijn plaats, waardoor op grond van artikel 282a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De advocaat van de man voerde aan dat door verwarring over twee nota’s en een aanmaning, alsmede door tijdelijke arbeidsongeschiktheid, sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Tevens werd aangevoerd dat de man onevenredig zou worden benadeeld omdat de hoofdzaak al jaren duurde en hij een groot belang had bij inhoudelijke behandeling.
Het hof oordeelt dat een advocaat geacht wordt op de hoogte te zijn van de betalingstermijn en de gevolgen van overschrijding. De verwarring over nota’s en de aanmaning, evenals de griep van de advocaat, zijn onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het belang van de man bij inhoudelijke behandeling rechtvaardigt ook geen toepassing van de hardheidsclausule.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.