Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1987 gehuwd en hun huwelijk is in 2009 ontbonden. De man is verplicht tot betaling van een levensonderhoudsuitkering aan de vrouw. De man verzocht om verlaging van deze uitkering, stellende dat de rechtbank ten onrechte uitging van een te hoog inkomen uit beleggingen en onvoldoende rekening hield met kosten verbonden aan zijn onroerende zaken.
Het hof onderzocht de werkelijke jaarlijkse opbrengsten uit verhuur van de man, waaronder twee panden waarvan één dienstwoning aan een zoon van partijen. Het hof achtte de door de man opgegeven huuropbrengsten en zakelijke lasten aannemelijk en verwierp de stellingen van de vrouw over hogere huurwaarde en onterechte kosten.
Het hof concludeerde dat de man vanaf 21 mei 2012 een hogere bijdrage in het levensonderhoud kan betalen dan door de rechtbank was vastgesteld. De uitkering wordt daarom verhoogd, met terugwerkende kracht, maar zonder terugvordering van teveel betaalde bedragen vanwege de situatie van de vrouw. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep van de man deels toegewezen.
Uitkomst: De bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw wordt verhoogd met terugwerkende kracht vanaf 21 mei 2012.