De stichting Ymere verhuurde een sociale huurwoning aan de huurder, die tevens huisarts is. Ymere stelde dat de huurder de woning structureel gebruikte als huisartsenpraktijk, wat in strijd is met de woonbestemming en leidde tot een vordering tot schadevergoeding wegens het verschil tussen sociale huur en kantoorhuur.
De huurder voerde aan de woning slechts incidenteel te hebben gebruikt voor praktijkdoeleinden en dat hij sinds 2007 elders een praktijkruimte had. De kantonrechter wees de vordering af, stellende dat niet was vastgesteld dat het gebruik structureel was.
Het hof stelde vast dat uit feiten en foto’s bleek dat de woning voorshands als praktijkruimte werd gebruikt en dat de huurder onvoldoende tegenbewijs leverde. Het hof verwierp het verweer van verjaring en wees de schadevergoeding toe, maar wees de vermeerderde vordering wegens fiscaal voordeel af.
Het hof gaf de huurder nog de mogelijkheid tot het leveren van tegenbewijs via getuigenverhoor en hield verdere beslissing aan.