Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak zijn de man en vrouw in hoger beroep gegaan tegen een beschikking van de rechtbank Alkmaar waarin de man werd verplicht een bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van hun twee kinderen. De man betoogde dat zijn inkomen op bijstandsniveau ligt en dat hij daarom niet aan deze verplichting kan voldoen.
De vrouw stelde dat de man niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat hij in een eerdere procedure een gerechtelijke erkentenis had gedaan over zijn verantwoordelijkheid, maar het hof verwierp dit omdat een gerechtelijke erkentenis slechts geldt in het geding waarin zij is afgelegd.
Het hof oordeelde dat de man geen stukken had overgelegd ter onderbouwing van zijn financiële situatie in hoger beroep, waardoor het beroep reeds om die reden moest worden afgewezen. Tevens benadrukte het hof dat de onderhoudsverplichting van ouders naar rato geldt en niet volledig op de vrouw kan worden afgewenteld.
Daarom bekrachtigde het hof de bestreden beschikking waarin de man werd verplicht een bijdrage van €139 per kind per maand te betalen. De man was niet verschenen bij de zitting, ondanks oproeping.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen wegens gebrek aan financiële onderbouwing van zijn beroep.