ECLI:NL:GHAMS:2013:2542
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.V.T. de Bie
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing minderjarige
Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2007 en oefenen gezamenlijk het gezag uit. Na beëindiging van hun relatie is een zorgregeling overeengekomen waarbij de zorg feitelijk min of meer als co-ouderschap werd uitgevoerd. De moeder verzocht om vervangende toestemming om met de minderjarige naar een andere plaats te verhuizen om daar een nieuw bestaan met haar partner op te bouwen.
De rechtbank wees dit verzoek af en de moeder ging in hoger beroep. Zij stelde dat de rechtbank onjuiste informatie had gebruikt en dat de noodzaak tot verhuizing bestond vanwege haar partner die niet kon verhuizen en haar economische situatie. De vader betwistte de noodzaak en stelde dat de verhuizing het contact met de minderjarige ernstig zou beperken.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de beschikking te bekrachtigen vanwege het belang van het kind bij het behouden van haar vertrouwde omgeving en intensief contact met beide ouders. Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verhuizing noodzakelijk was en dat het belang van de minderjarige bij continuïteit en contact zwaarder woog dan het belang van de moeder bij verhuizing.
Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het verzoek om vervangende toestemming afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing van de minderjarige.