Uitspraak
A].
Het geding in hoger beroep
Bij die beslissing heeft de kamer het verzet tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer van 9 augustus 2011 gegrond verklaard en de door klaagster ingediende klacht ongegrond verklaard. De kamer heeft daarbij geïntimeerde, verder de gerechtsdeurwaarder, aangemerkt als de gerechtsdeurwaarder tegen wie de klacht is gericht.
Beide gemachtigden zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van klaagster aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnotitie.
De stukken van het geding
De feiten
Het standpunt van klaagster
Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder
De beoordeling
incassokostendoor de gerechtsdeurwaarder. Klaagster verwijst hierbij naar het rapport Voor-Werk II, zoals dat door de rechterlijke macht wordt toegepast om de hoogte van verschuldigde invorderingskosten te bepalen. In dat rapport wordt in onderdeel 10.1 overwogen:
informatiekosten(€ 17,85) oordeelt het hof als volgt. Klaagster heeft bij de gerechtsdeurwaarder bezwaar gemaakt tegen de in rekening gebrachte incassokosten en informatiekosten. Bij brief van 30 juni 2009 heeft de gerechtsdeurwaarder een reactie gegeven en daarin aangegeven waarom hij het terecht achtte dat de door hem berekende incassokosten in rekening waren gebracht. Op het bezwaar tegen de informatiekosten heeft hij niet gereageerd.
Beslissing
- wijst de zaak terug naar de kamer voor gerechtsdeurwaarders teneinde alsnog te beslissen op de klacht tegen de gerechtsdeurwaarders [2 t/m 5];
- benoemt tot deskundige in de zaak tegen [gerechtsdeurwaarder]: [R];
- gelast de griffier van het gerechtshof om de stukken van eerste aanleg en hoger beroep aan de deskundige ter hand te stellen;
- geeft opdracht aan de deskundige om te onderzoeken of op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder in 2009 de incassobrieven voor opdrachtgever Hoofdbedrijfschap Detailhandel standaard werden verzonden met een verhoging met informatiekosten, dan wel dat dat uitsluitend in de onderhavige zaak het geval is geweest;
- draagt de deskundige op van zijn onderzoek schriftelijk verslag te doen en zijn rapport uiterlijk op
- bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voorgezet op donderdag 14 maart 2013 en dat de griffier van het gerechtshof klaagster en de gerechtsdeurwaarder daartoe zal oproepen;
- bepaalt dat klaagster en de gerechtsdeurwaarder desgewenst na ontvangst van het rapport tot uiterlijk een week voor de zitting schriftelijk hierop kunnen reageren;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
H.M. van Vliet A.A., te Hilversum,
[A], te Haarlem.
1. Het verdere geding in hoger beroep
2. Beoordeling
3. De beslissing
Postbus 1312 te 1000 BH Amsterdam,
o.v.v. 200.102.345/01 GDW.