ECLI:NL:GHAMS:2013:2273
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- A.M.J.G. van Amsterdam
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over rentepercentage lening tussen aandeelhouder en BV
Belanghebbende, enig aandeelhouder van een BV, had een geldleningsovereenkomst met zijn BV waarbij een rentepercentage van 5,5% was overeengekomen. In geschil was het te hanteren rentepercentage voor het jaar 2006 in de vennootschapsbelasting (vpb) en inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (ib/pvv). De rechtbank had vastgesteld dat het rentepercentage van 4,46% moest worden gehanteerd, conform de aanslag ib/pvv, en verklaarde het beroep ongegrond.
Tijdens de zitting was een compromis bereikt waarbij de inspecteur toezegde het rentepercentage in de vpb aan te passen naar 4,46%, gelijk aan dat in de ib/pvv. Belanghebbende legde zich hierbij neer, waardoor er geen geschil meer bestond. Het hof volgt de rechtbank in haar oordeel dat het beroep ongegrond is, ook al stelde belanghebbende dat hij een andere intentie had bij het compromis, namelijk verrekening tussen ib/pvv en vpb.
Het hof merkt op dat deze verrekening niet aan de orde was tijdens de zitting bij de rechtbank en dat belanghebbende deskundige bijstand had. Tevens wijst het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat het beroep ongegrond was en partijen het aan de rechtbank hadden overgelaten. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.