ECLI:NL:GHAMS:2013:2074
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen - Gunst
- A.N. van de Beek
- J.W. van Zaane
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling en zorgregeling minderjarige na echtscheiding
Partijen zijn in 2004 gehuwd en hebben gezamenlijk het gezag over hun in 2006 geboren minderjarige kind. Na hun echtscheiding in 2010 verbleef het kind bij de moeder en was er een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader het kind om de week in het weekend en op woensdagmiddag bij zich had.
De vader verzocht om uitbreiding van deze zorgregeling, waaronder het ophalen van het kind op vrijdag na school, zaterdagochtend ophalen voor voetbal, en omgang tijdens de helft van de vakanties en feestdagen. De moeder wilde de huidige regeling grotendeels handhaven, met aanpassingen in de terugbrengtijden en het ophalen van het kind bij haar ouders.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde rust en regelmaat voor het kind en verbetering van de communicatie tussen ouders. Het hof oordeelde dat het belang van het kind centraal staat en wijzigde de omgangsregeling zodanig dat de vader het kind vaker kan zien, met behoud van de overdracht bij de grootouders van de moeder. De omgang op woensdag en zondag wordt iets ingekort, en de vader mag het kind op vrijdag ophalen zodra het kind op vrijdagmiddag naar school gaat.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de verzoeken van partijen afwees en het hof bepaalde een nieuwe regeling die het belang van het kind dient en de praktische haal- en brengafspraken respecteert.
Uitkomst: Het hof wijzigt de omgangsregeling en bepaalt dat de vader meer contact met het kind krijgt, met behoud van de huidige haal- en brengregeling via de grootouders van de moeder.