Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- […] (hierna: [c]);
- [a] en [b].
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak is appellant [x] in hoger beroep gekomen tegen de benoeming van curatoren [a] en [b] door de kantonrechter. [x] stelde dat de curatoren niet voldeden aan de wettelijke normen en zorgplicht, waardoor hij het vertrouwen in hen had verloren. Hij verzocht vernietiging van de beschikking en bekendmaking van de uitspraak volgens artikel 1:390 BW Pro.
Het hof oordeelde dat de bezwaren van [x] onvoldoende grond boden om aan te nemen dat de curatoren hun taak niet naar behoren uitoefenen. Hoewel [x] zorgen had over de verkoop van zijn woning, het burenconflict en de afhandeling van zijn financiële zaken, was de woning reeds verkocht en bleef de coulanceregeling met de hypotheekhouder RBS gehandhaafd. De curatoren ondernamen voldoende actie om passende woonruimte voor [x] te regelen.
Ook de klachten over het niet tijdig betalen van rekeningen werden niet toerekenbaar geacht aan de curatoren, mede door het ontbreken van volledige medewerking van [x]. Het hof wees het verzoek tot vernietiging af en bevestigde de benoeming van [a] en [b]. Tevens werd opgemerkt dat de bekendmakingsplicht van artikel 1:390 BW Pro niet geldt voor rechterlijke uitspraken waarbij een curator is benoemd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van curatoren en wijst het hoger beroep van [x] af.