Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer W.R. Daalderop, vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de Raad).
2.De feiten
- in de maand februari 2012 gedurende een dagdeel van drie uur per week in aanwezigheid van de zus van de man [M] bij de man thuis of met de man bij grootouders vaderszijde;
- in de maand maart 2012 gedurende een dagdeel van drie uur per week bij de man, zonder begeleiding;
- vanaf de maand april 2012 gedurende twee dagdelen van drie uur per week bij de man,
- met ingang van vrijdag 8 maart 2013 zal de man eenmaal per veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot zondag 18.45 uur (na het avondeten) omgang met [de minderjarige] hebben, waarbij de vrouw [de minderjarige] naar de man brengt en de man [de minderjarige] terugbrengt naar de vrouw;
- met ingang van 12 maart 2013 heeft de man omgang met [de minderjarige] iedere dinsdag vanaf 17.00 uur tot donderdagochtend 9.00 uur, waarbij de vrouw [de minderjarige] naar de man brengt en de man [de minderjarige] terugbrengt naar de vrouw;
- voor eind april 2013 zullen partijen afspraken gemaakt hebben over de verdeling van de zomervakantie, waarbij de man zijn voorkeur heeft aangegeven voor omgang met [de minderjarige] in de tweede week van de schoolvakantie noord.
3.Het geschil in hoger beroep in de zaak met zaaknummer 200.119.111/01
- [de minderjarige] verblijft bij de man gedurende een periode van zes maanden iedere week van dinsdag uit de crèche tot woensdag om 18.00 uur (na het avondeten) en iedere vrijdag van 16.00 uur uit de crèche tot zaterdag 18.00 uur (na het avondeten); vervolgens iedere dinsdag uit de crèche tot donderdagochtend en om de week van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.45 uur (na het avondeten);
- [de minderjarige] verblijft om het jaar bij de man gedurende de kerstdagen, verlengd met vijf extra aaneengesloten dagen, voor het eerst in 2013;
- [de minderjarige] verblijft vanaf de zomervakantie 2013 daarnaast een week bij de man, door partijen in onderling overleg te bepalen;
- de man zal [de minderjarige] halen en terugbrengen, tenzij partijen (te zijner tijd) in onderling overleg afwijkende afspraken maken.