Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, tevens conclusie van eis in het incident; met producties;
- memorie van antwoord, met producties.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant sloot in 1998 een aandelenleaseovereenkomst met een rechtsvoorgangster van Dexia. In 2003 ondertekenden appellant en zijn echtgenote een aanmeldingsformulier van Dexia, waarna discussie ontstond over de vraag of hiermee een bindende overeenkomst tot stand kwam of dat het formulier slechts diende om nadere informatie te verkrijgen.
De kantonrechter oordeelde dat appellant gebonden was aan de overeenkomst en wees zijn vorderingen af, terwijl Dexia's vorderingen werden toegewezen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep met het verweer dat hij het formulier slechts had ondertekend op basis van mededelingen van een Dexia-medewerker dat dit zou leiden tot het verkrijgen van informatie, niet tot een definitieve overeenkomst.
Het hof achtte het aannemelijk dat appellant vooraf telefonisch contact had gezocht om financiële consequenties te bespreken, mede gezien de complexiteit en omvang van het informatiepakket. Het hof stelde dat indien Dexia-medewerkers inderdaad de strekking hadden gewekt dat ondertekening slechts een verzoek om informatie was, appellant niet gebonden kon zijn aan een finale overeenkomst.
Dexia erkende dat telefoongesprekken met klanten worden opgenomen en loggegevens worden bijgehouden. Het hof beval Dexia om deze gegevens over de periode maart tot augustus 2003 te overleggen om de stellingen te kunnen beoordelen. De zaak werd aangehouden tot de rolzitting van 2 juli 2013 voor nadere besluitvorming.
Uitkomst: Hof beveelt Dexia om telefoongesprekken en loggegevens over te leggen en houdt verdere beslissing aan tot de rolzitting van 2 juli 2013.