ECLI:NL:GHAMS:2013:1601
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen kennelijk onredelijk ontslag zonder financiële voorziening
Appellant was van 1997 tot 2009 in dienst bij Graphit, laatstelijk als verkoper Datacenter. Na een periode van arbeidsongeschiktheid werd zijn arbeidsovereenkomst opgezegd met toestemming van het UWV, zonder dat Graphit hem een ontslagvergoeding betaalde of andere voorzieningen trof.
Appellant stelde dat het afspiegelingsbeginsel niet correct was toegepast omdat een andere werknemer ontslagen had moeten worden. Het hof oordeelde echter dat de functies van appellant en die werknemer niet uitwisselbaar waren, zodat het afspiegelingsbeginsel niet was geschonden.
Wel oordeelde het hof dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat Graphit geen financiële voorziening trof om de gevolgen van het ontslag te verzachten, terwijl appellant gezien zijn leeftijd en dienstjaren redelijkerwijs een vergoeding had mogen verwachten.
Het hof stelde de schadevergoeding vast op €24.000 bruto, gerelateerd aan een periode van een half jaar werkloosheid of opstartkosten van een eigen onderneming. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en Graphit werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding met wettelijke rente en de proceskosten.
Uitkomst: Het gerechtshof veroordeelt Graphit tot betaling van €24.000 bruto schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.