ECLI:NL:GHAMS:2012:CA3064
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- G.J. Driessen-Poortvliet
- M.J.J. de Bontridder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over rente en verrekening kosten gemeenschappelijke huishouding bij beëindiging samenlevingsovereenkomst
Partijen, ex-partners die sinds 2002 samenwoonden, sloten in 2003 een samenlevingsovereenkomst waarin afspraken stonden over bijdragen in de kosten van de gemeenschappelijke huishouding, geldlening en verrekening bij beëindiging. De vrouw vorderde betaling van een bedrag inclusief rente over een geldlening en waardestijging van de woning.
De rechtbank kende een deel van de vordering toe en wees een tegenvordering van de man deels toe. De vrouw ging in hoger beroep en stelde dat samengestelde rente verschuldigd was. Het hof oordeelde dat de overeenkomst enkelvoudige rente bedoelde, mede gelet op de tekst en omstandigheden.
Verder werd de verrekening van de kosten van de huishouding besproken. Het hof bevestigde dat rente-inkomsten van de vrouw als netto-inkomsten gelden en dat haar vermogen deels buiten beschouwing blijft bij de verrekening. De man slaagde deels in zijn grief dat de kosten van de huishouding niet volledig uit het inkomen konden worden voldaan.
De vrouw werd veroordeeld een bedrag te betalen aan de man, lager dan door de rechtbank vastgesteld, met wettelijke rente. Verdere vorderingen, waaronder toedeling van de auto en betaling in termijnen, werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van € 23.514,86 aan de man met wettelijke rente vanaf 5 oktober 2009, met uitvoerbaarheid bij voorraad; overige vorderingen worden afgewezen.