ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ4666
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.V.T. de Bie
- R.G. Kemmers
- J. Kok
- Rechtspraak.nl
Bewijslastverdeling bij betwisting handtekening kredietovereenkomst in echtscheidingsprocedure
In deze zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam betwist de vrouw de geldigheid van een kredietovereenkomst die haar man met Defam Flex B.V. is aangegaan. Zij stelt dat haar handtekening op de overeenkomst vervalst is en dat zij niet heeft ingestemd met de besteding van de gelden. De rechtbank had de vrouw de bewijslast opgelegd om deze stellingen te bewijzen.
De vrouw verzoekt in hoger beroep om vernietiging van deze bewijslastverdeling en stelt dat de man de bewijslast moet dragen omdat hij zich beroept op de rechtsgevolgen van de overeenkomst. Het hof overweegt dat de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro geldt, waarbij degene die zich beroept op rechtsgevolgen van feiten de bewijslast draagt, tenzij bijzondere omstandigheden of redelijkheid en billijkheid anders vereisen.
Het hof oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een omkering van de bewijslast rechtvaardigen. De vrouw erkent het bestaan van de kredietovereenkomst, maar betwist haar betrokkenheid bij de totstandkoming. De stellingen van de vrouw over het beheer van de financiën door de man en het gebruik van het krediet zijn onvoldoende om de bewijslast om te keren. Ook bewijsnood is niet voldoende zonder dat de man bewijs heeft achtergehouden.
Daarom bekrachtigt het hof de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere afhandeling. De vrouw blijft belast met de bewijslast van haar stellingen omtrent de vervalsing en besteding van de gelden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bewijslastverdeling en verwijst de zaak terug naar de rechtbank, waarbij de vrouw de bewijslast blijft dragen.