ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ4638
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.V.T. de Bie
- A. van Haeringen
- M.M.E. van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bijstandsverhaal: draagkrachtbepaling onderhoudsplichtige met inkomensvermindering
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake het vaststellen van een verhaalsbijdrage door een onderhoudsplichtige jegens zijn minderjarige kind. De man was na een dienstverband bij een bedrijf een eenmanszaak gestart, waarbij zijn inkomen aanzienlijk lager was dan voorheen. De rechtbank had bij de draagkrachtberekening het hogere salaris uit het verleden aangehouden, omdat de inkomensvermindering als herstelbaar werd beschouwd.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de beëindiging van het dienstverband mede door gedragingen van de man zelf is veroorzaakt en dat hij redelijkerwijs niet geacht kan worden het oude inkomen te herwinnen. Dit wordt onderbouwd met een werkgeversverklaring en de economische omstandigheden. Het hof stelt vast dat het hogere inkomen een tijdelijk bovenmatig inkomen was en niet maatgevend.
Daarom wordt bij de draagkrachtbepaling het feitelijke inkomen uit de eenmanszaak gehanteerd. De man wordt geacht een verhaalsbijdrage van €20 per maand te kunnen betalen zolang de bijstandsverlening aan de moeder van het kind voortduurt. Het verzoek tot schorsing van de beschikking wordt afgewezen, en de kostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De verhaalsbijdrage wordt vastgesteld op €20 per maand gebaseerd op het feitelijke inkomen van de man.