ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ3726
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen verplichting tot verkoop woningen na huurbeëindiging op grond van overeenkomsten 1985 en 1987
In deze civiele procedure vordert appellant een verklaring voor recht dat geïntimeerde verplicht is om woningen die vrijkomen na huurbeëindiging via bemiddeling van appellant tegen marktconforme prijs te koop aan te bieden en honorarium af te rekenen conform de overeenkomsten van 1985 en 1987. Appellant stelt dat geïntimeerde deze verplichting niet nakomt, wat leidt tot schade.
De rechtbank Haarlem heeft eerder geoordeeld dat uit de overeenkomst van 1985 geen verplichting tot verkoop voortvloeit, en dat oordeel is in hoger beroep door het hof bevestigd. Het hof overweegt dat de vraag of deze verplichting bestond onderdeel was van de eerdere procedure en dat de beslissing daarin gezag van gewijsde heeft.
Verder stelt appellant subsidiair dat op grond van redelijkheid en billijkheid de verkoopplicht als vervuld moet worden beschouwd indien geïntimeerde de verkoop belet. Dit betoog wordt verworpen omdat het uitgaat van een onjuiste grondslag, namelijk de veronderstelde verkoopverplichting.
Het hof wijst alle grieven van appellant af, bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Haarlem.