ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ1054
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- G.J. Driessen-Poortvliet
- L.M. Coenraad
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake toewijzing huurrecht echtelijke woning na echtscheiding
Partijen zijn in 1990 gehuwd en bij de bestreden beschikking is hun echtscheiding uitgesproken. De rechtbank heeft bepaald dat de man huurder wordt van de woning vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
De vrouw is in hoger beroep gekomen met het verzoek dat zij huurder wordt van de woning, stellende dat haar oorspronkelijke verzoek berust op een misverstand vanwege taalproblemen en dat zij een groter belang heeft bij het huurrecht.
Het hof overweegt dat hoger beroep niet bedoeld is om een beschikking ongedaan te maken aan de hand van een gewijzigde voorkeur van de partij die het verzoek eerder heeft gewonnen. De vrouw heeft ter zitting haar standpunt duidelijk kunnen toelichten en er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarom verklaart het hof de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en behoeft de rest van haar stellingen geen bespreking.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de toewijzing van het huurrecht aan de man.