ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ0621
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen Gunst
- R.G. Kemmers
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met beoordeling behoefte en draagkracht
Partijen zijn na een huwelijk met huwelijkse voorwaarden in 1994 gescheiden per 15 augustus 2011. De vrouw vordert een uitkering tot levensonderhoud op basis van haar behoefte en de draagkracht van de man, die directeur en aandeelhouder is van diverse vennootschappen.
Het hof heeft uitgebreid de behoefte van de vrouw beoordeeld aan de hand van haar woonlasten, dagelijkse kosten, verzekeringen, hobby's en overige uitgaven, waarbij ook rekening is gehouden met de welstand tijdens het huwelijk. De draagkracht van de man is vastgesteld op basis van zijn inkomen uit arbeid, verhuur en buitenlandse ondernemingen, met inachtneming van zijn lasten en verplichtingen.
De vrouw heeft een beperkte verdiencapaciteit, gelet op haar arbeidsverleden en gezondheid. Het hof heeft een getrapte alimentatie vastgesteld: €4.282 bruto per maand tot 15 januari 2012 en €9.717 bruto per maand vanaf die datum, waarbij ook rekening is gehouden met het feit dat zij vanaf 15 januari 2012 een huurwoning betrekt.
Het hof heeft de bestreden beschikking vernietigd voor zover het de alimentatie betreft en heeft deze opnieuw vastgesteld. Het verzoek van de vrouw tot terugwerkende kracht is afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man moet de vrouw partneralimentatie betalen van €4.282 bruto per maand tot 15 januari 2012 en €9.717 bruto per maand daarna.