ECLI:NL:GHAMS:2012:BY8908
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.W.J. de Groot
- A.E.M. Röttgering
- C.P.M. Cleiren
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep woninginbraak met overtuigend DNA-bewijs en strafverzwaring
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand wegens woninginbraak. In hoger beroep voerde de raadsman aan dat het aantreffen van DNA in de woning onvoldoende bewijs was om de verdachte wettig en overtuigend te veroordelen.
Het hof onderzocht het bewijs en concludeerde dat het bloedspoor op het gordijn achter het geforceerde kantelraam onomstotelijk afkomstig was van de verdachte. Dit bloedspoor was achtergelaten tijdens het forceren van het raam, wat het delict direct verbindt aan de verdachte. Alternatieve verklaringen werden als hypothetisch verworpen.
Gezien de ernst van het feit, de recidive van de verdachte en het feit dat hij niet was verschenen bij de zitting, achtte het hof een gevangenisstraf van drie maanden passend. Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafduur en legde de hogere straf op, terwijl het vonnis in alle overige opzichten werd bevestigd.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens woninginbraak met overtuigend DNA-bewijs.