ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5612
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Ingelse
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- G.C. Makkink
- Rechtspraak.nl
Ondernemingskamer verklaart Universiteit van Amsterdam niet ontvankelijk in beroep tegen uitspraak Geschillencommissie over instemming OER 2012-2013
De Universiteit van Amsterdam en de decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen hebben beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Landelijke commissie geschillen medezeggenschap hoger onderwijs (Geschillencommissie) van 23 juli 2012. Deze uitspraak ging over het instemminggeschil met de Faculteits Studentenraad over de Onderwijs- en Examenregeling (OER) 2012-2013, waarbij de Studentenraad instemming onthield over vier onderdelen.
De decaan had de Geschillencommissie verzocht om vervangende toestemming om de OER alsnog vast te stellen, maar de commissie oordeelde dat het onthouden van instemming door de Studentenraad niet onredelijk was en dat er geen zwaarwegende organisatorische, economische of sociale redenen waren voor het besluit. De Universiteit en decaan voerden aan dat de commissie artikel 9.40 lid 5 WHW onjuist toepaste.
De Ondernemingskamer oordeelde dat het beroep niet ontvankelijk is omdat inmiddels een aangepaste OER 2012-2013 was vastgesteld op 13 augustus 2012, waarmee het belang van het beroep was komen te vervallen. Het feit dat de nieuwe OER op een compromis is gebaseerd en afwijkt van de oorspronkelijke inzet, doet hieraan niet af. Ook het belang bij toekomstige procedures werd niet als voldoende erkend.
De Ondernemingskamer verklaarde daarom het beroep niet ontvankelijk en wees het verzoek tot vernietiging van de uitspraak van de Geschillencommissie af.
Uitkomst: De Ondernemingskamer verklaart de Universiteit van Amsterdam en de decaan niet ontvankelijk in hun beroep tegen de uitspraak van de Geschillencommissie.