ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1481
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen - Poortvliet
- A.V.T. de Bie
- B.F.P. Lhoëst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over omgangsregeling, alimentatie en verdeling beperkte gemeenschap van goederen na echtscheiding
Partijen, gehuwd in Marokko in 2001, zijn in 2011 gescheiden en hebben een minderjarige zoon. De man ontvangt een WW-uitkering en de vrouw een Wwb-uitkering. In hoger beroep staat de omgangsregeling, alimentatie en verdeling van het huwelijksvermogen centraal.
Het hof bekrachtigt de omgangsregeling zoals vastgesteld door de rechtbank, waarbij de man eenmaal per veertien dagen omgang heeft met de minderjarige. Uitbreiding van de omgang wordt afgewezen vanwege de broze verhouding tussen partijen en het ontbreken van eigen huisvesting bij de man.
De man heeft onvoldoende draagkracht voor alimentatie, mede gelet op zijn WW-uitkering en woonlasten. De verzoeken van de vrouw om bijdrage in kosten van verzorging en levensonderhoud worden afgewezen.
Het hof oordeelt dat het huwelijksvermogensregime vanaf het moment dat de vrouw in Nederland ging wonen onder Nederlands recht valt, waardoor de beperkte gemeenschap van goederen verdeeld moet worden. Tevens veroordeelt het hof de man tot betaling van €1.663,78 aan de vrouw wegens achterstallige premies ziektekostenverzekering en huurbetalingen uit de huwelijksperiode.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de omgangsregeling, wijst alimentatieverzoeken af en beveelt verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen met betaling van €1.663,78 door de man aan de vrouw.