ECLI:NL:GHAMS:2012:BY0270
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onrechtmatige ontruiming en exoneratiebeding bij huur bedrijfsruimte
In deze zaak vordert de huurder schadevergoeding wegens onrechtmatige ontruiming van bedrijfsruimte door verhuurder Eigen Haard. De ontruiming was gebaseerd op een onherroepelijke ontruimingstitel die later werd vernietigd. De huurder stelt dat hij hierdoor aanzienlijke schade heeft geleden.
De verhuurder beroept zich op een exoneratiebeding in een latere huurovereenkomst, waarin staat dat zij geen schadevergoeding verschuldigd is indien de huurovereenkomst eindigt vanwege renovatie. Het hof onderzoekt of dit beding geldig is, mede door bewijs toe te laten over de communicatie tussen partijen bij het aangaan van de eerste huurovereenkomst en de verlenging daarvan.
Het hof overweegt dat de schade zich onderscheidt in drie perioden: vóór, tijdens en na de renovatie. Voor de periode vóór de renovatie is schadevergoeding onbetwist. Voor de renovatieperiode kan het exoneratiebeding van toepassing zijn, mits het geldig is. Na de renovatie is nog onduidelijk of en welke schade is geleden, waarvoor een comparitie wordt gelast.
Het hof laat partijen toe bewijs te leveren over de vraag of het exoneratiebeding al bij het aangaan van de eerste huurovereenkomst is overeengekomen, en of de huurder destijds op de hoogte was van de renovatieplannen. De beslissing over de grieven wordt aangehouden tot na bewijslevering en comparitie.
Uitkomst: Beslissing aangehouden voor bewijslevering en comparitie over exoneratiebeding en schadevergoeding.