ECLI:NL:GHAMS:2012:BX7434
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- A.M.J.G. van Amsterdam
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aftrek nabetaling huurverhoging met terugwerkende kracht in vennootschapsbelasting
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of een nabetaling van huurverhoging over de periode januari 2000 tot en met mei 2002 door belanghebbende ten laste van de winst in 2002 mocht worden gebracht. Belanghebbende stelde dat zij op zakelijke gronden met terugwerkende kracht een hogere huur was overeengekomen, maar de rechtbank verwierp deze stelling wegens gebrek aan bewijs van een juridisch afdwingbare verplichting.
Het Hof overwoog dat in zakelijke verhoudingen doorgaans geen terugwerkende kracht wordt toegekend aan huurverhogingen en dat belanghebbende onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om hiervan af te wijken. Ook het argument dat de huurovereenkomst met onmiddellijke ingang kon worden opgezegd en dat de bijzondere relatie tussen verhuurder en huurder tot de afspraak had geleid, werd niet overtuigend geacht.
De inspecteur had de aftrek van de nabetaling gecorrigeerd, en het Hof oordeelde dat de bewijslast voor aftrek bij belanghebbende lag. Omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat een onafhankelijke derde de hogere huur met terugwerkende kracht zou hebben aanvaard, was de correctie terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; de nabetaling huurverhoging met terugwerkende kracht is niet aftrekbaar.