ECLI:NL:GHAMS:2012:BX6049
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.V.T. de Bie
- A. van Haeringen
- E.A. Maan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ondertoezichtstelling kinderen bij dreigende uitzetting afgewezen
De ouders en hun vier minderjarige kinderen, afkomstig uit een ander land en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werden door de kinderrechter voorlopig onder toezicht gesteld vanwege zorgen over hun welzijn en dreigende uitzetting.
In hoger beroep werd door de ouders verzocht de ondertoezichtstelling voor een jaar definitief te maken, terwijl ook de kinderen in hoger beroep waren gekomen. Het hof verklaarde de kinderen niet-ontvankelijk omdat minderjarigen niet zelfstandig in rechte kunnen optreden en alleen ouders bevoegd zijn om een ondertoezichtstelling te verzoeken.
Hoewel het hof erkende dat de ontwikkeling van de kinderen aanvankelijk werd bedreigd door de situatie in het gezin en de dreiging van uitzetting, concludeerde het dat de situatie inmiddels was verbeterd door vrijwillige hulpverlening. De dreiging van uitzetting op zich vormt geen grond voor een ondertoezichtstelling en er was onvoldoende bewijs dat de vrijwillige hulp zou falen.
Daarom werd het hoger beroep van de ouders afgewezen en de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof verklaart de kinderen niet-ontvankelijk en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter, waarbij het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen.