ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4223
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- G.C.C. Lewin
- C.C. Meijer
- Rechtspraak.nl
Geschil over saneringsverplichtingen en kosten na verkoop verontreinigd onroerend goed
De zaak betreft een geschil tussen partijen over de sanering van verontreinigde grond na de verkoop van een onroerende zaak. Partijen waren overeengekomen dat de verkoper de sanering zou uitvoeren en na afronding recht zou hebben op een depotbedrag. Appellant voerde echter zelf de sanering uit en gebruikte daartoe een deel van het depot.
De rechtbank had appellant veroordeeld tot betaling van een deel van de saneringskosten aan geïntimeerde. In hoger beroep betwist appellant de toerekenbaarheid en vorderingen, terwijl geïntimeerde zijn eis verhoogde. Het hof oordeelde dat de sanering volgens de overeenkomst voor rekening van de verkoper was en dat appellant zonder instemming van geïntimeerde handelde.
Het hof verwierp de verjaringsgrond en oordeelde dat de sanering daadwerkelijk had plaatsgevonden, ongeacht formele eisen van de Wet bodembescherming. De schade werd vastgesteld op basis van redelijke saneringskosten die geïntimeerde zou hebben gemaakt. De grieven van appellant werden afgewezen, het incidenteel hoger beroep verworpen en de vonnissen bekrachtigd. Proceskosten werden aan appellant en geïntimeerde toegewezen overeenkomstig hun ongelijk of gelijk.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt appellant tot betaling van de proceskosten, waarbij de vorderingen van geïntimeerde grotendeels worden toegewezen.