ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4098
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding bij voortijdige beëindiging leaseovereenkomst voor rekening werknemer
In deze civiele procedure stond de vraag centraal wie verantwoordelijk is voor de kosten die voortvloeien uit de voortijdige beëindiging van een leaseovereenkomst van een leaseauto die aan de werknemer ter beschikking was gesteld. De werkgever, BPC, vorderde betaling van deze kosten door de werknemer, die dit betwistte met het argument dat hij geen partij was bij de leaseovereenkomst en dat de gebruikersovereenkomst pas na het in gebruik nemen van de auto was ondertekend.
Het hof oordeelde dat de werknemer de gebruikersovereenkomst had ondertekend en daarmee akkoord was gegaan met de verplichting tot vergoeding van de kosten bij voortijdige beëindiging. De keuzevrijheid van de werknemer bij het type leaseauto maakte hem verantwoordelijk voor de hoogte van de leasetermijnen en de afkoopkosten. De gevolgen van de gebruikersovereenkomst waren naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.
Daarnaast stelde de werknemer dat hij niet het overeengekomen minimum basissalaris van € 2.200,- bruto per maand had ontvangen. Het hof stelde vast dat BPC niet had aangetoond dat het vangnetsalaris steeds was betaald en veroordeelde BPC tot betaling van een bruto nabetaling van € 10.138,03, vermeerderd met vakantietoeslag en wettelijke verhoging.
De kosten van het incidenteel hoger beroep werden gecompenseerd, terwijl de werknemer werd veroordeeld tot betaling van de leasekosten aan BPC. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2012 door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Werknemer moet leasekosten vergoeden, werkgever moet vangnetsalaris nabetalen.