ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3141
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen finale kwijting voor alle leningen in afbetalingsregeling tussen bank en cliënt
In deze civiele zaak stond de uitleg van een afbetalingsregeling tussen appellant en ABN AMRO centraal. Appellant stelde dat met de betaling van €6.096,76 finale kwijting was verleend voor alle openstaande leningen en kredieten. ABN AMRO betwistte dit en stelde dat de kwijting slechts betrekking had op een deel van de schulden.
De rechtbank wees de vorderingen van appellant af, waarna appellant in hoger beroep ging. Het hof stelde vast dat de correspondentie en brieven tussen partijen en deurwaarderskantoren duidelijk maakten dat de regeling slechts finale kwijting gaf voor een deel van de schulden, met name die uit hoofde van rekening e). Het hof verwierp het bewijsaanbod van appellant om anders aan te tonen.
Het hof oordeelde dat appellant had moeten begrijpen dat de regeling niet alle schulden omvatte, mede omdat verschillende incassobureaus betrokken waren bij verschillende schulden. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van appellant af, waarbij appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.