ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3126
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- C.C. Meijer
- C. Uriot
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep faillietverklaring wegens opeisbare vordering en betalingsachterstand
De bank, Deutsche Pfandbriefbank AG, heeft een kredietovereenkomst met X en diens broer gesloten, waarbij X zijn vastgoedportefeuille als zekerheid heeft gesteld. De bank vorderde een bedrag van ruim €27,7 miljoen wegens achterstallige rente en aflossingen. De rechtbank Amsterdam had het verzoek tot faillietverklaring van X afgewezen, maar het hof vernietigt deze beslissing.
Het hof oordeelt dat de bank summierlijk heeft aangetoond dat haar vordering bestaat en opeisbaar is, mede gelet op de eerdere uitspraak van de rechtbank en het overzicht van de vorderingen. Het verweer van X dat hij onvoldoende inzicht heeft gekregen in de schuldopbouw en betalingsverwerking wordt verworpen. Ook onbetaalde vorderingen aan de gemeente Amsterdam en de Belastingdienst bevestigen dat X is opgehouden te betalen.
Het hof verklaart X in staat van faillissement, benoemt een rechter-commissaris en stelt een curator aan. Tevens wordt de curator gemachtigd om de aan X gerichte correspondentie te openen. Tegen dit arrest kan binnen acht dagen beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: X wordt failliet verklaard wegens opeisbare vordering en het feit dat hij is opgehouden te betalen.