ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1939
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- M.P. van Achterberg
- E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Effectenleaseovereenkomsten met onaanvaardbaar zware last deels voor rekening afnemer
In deze zaak ging het om twee effectenleaseovereenkomsten die [geïntimeerde] in oktober 2000 met een rechtsvoorgangster van Dexia was aangegaan. Dexia had de overeenkomsten in 2006 wegens betalingsachterstanden beëindigd en vorderde betaling van de restschuld en achterstallige rente.
De kantonrechter had Dexia deels in het gelijk gesteld, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat de effectenleaseovereenkomsten een onaanvaardbaar zware last voor [geïntimeerde] vormden, waardoor Dexia gehouden was het aangaan van de overeenkomsten te ontraden. Dexia draagt daarom tweederde van de schade, terwijl een derde voor rekening van [geïntimeerde] blijft.
Het hof wees de vordering van Dexia toe tot een bedrag van €1.918,09 met wettelijke rente vanaf 15 augustus 2007 en veroordeelde [geïntimeerde] tot terugbetaling van €1.905,13 met wettelijke rente vanaf de dag van betaling. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen. De uitspraak benadrukt de zorgplicht van financiële instellingen bij het aangaan van complexe leaseovereenkomsten met consumenten.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van €1.918,09 aan Dexia met wettelijke rente en tot terugbetaling van €1.905,13 aan Dexia met wettelijke rente.