ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0843
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onderhoudsuitkering tijdens verblijf in het buitenland
Partijen zijn in 1991 gehuwd en in 2007 gescheiden, waarbij de man aan de vrouw een levensonderhoudsuitkering toekende. De vrouw verbleef van 14 juli 2010 tot 17 maart 2011 in het buitenland en het geschil betrof de vraag of zij in die periode recht had op de uitkering.
De vrouw stelde dat zij geen inkomen had en behoefte had aan een bijdrage, terwijl de man betoogde dat haar vertrek en vermeende verwijtbare werkloosheid de onderhoudsplicht verminderden. Het hof oordeelde dat het vertrek niet als grievend kon worden aangemerkt en dat de vrouw gezien haar gezondheid niet verplicht was te werken tijdens haar verblijf.
Het hof hield rekening met het rendement op het vermogen dat de vrouw had ontvangen en stelde de aanvullende behoefte vast op €234 bruto per maand. De bestreden beschikking die de uitkering op nihil stelde werd vernietigd en de uitkering werd vastgesteld op €234 bruto per maand voor de betreffende periode.
Uitkomst: De man moet aan de vrouw een onderhoudsuitkering van €234 bruto per maand betalen voor de periode van haar verblijf in het buitenland.