ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0788
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- G.J. Driessen-Poortvliet
- A.R. Sturhoofd
- Rechtspraak.nl
Verplichting man tot afstorting pensioenrechten vrouw ondanks liquiditeitstekort onderneming
Partijen zijn ex-echtgenoten die samen pensioenrechten in eigen beheer hebben opgebouwd binnen hun onderneming. Na ontbinding van het huwelijk ontstond geschil over de afstorting van het aan de vrouw toekomende pensioen.
De man stelde dat de onderneming onvoldoende liquide middelen had om het pensioen af te storten en dat financiering onmogelijk was, terwijl de vrouw dit betwistte en een verrekening met de overwaarde van de woning voorstelde. Het hof benoemde een deskundige om de waarde van de pensioenaanspraken en de financiële mogelijkheden van de onderneming te onderzoeken.
Het hof oordeelde dat de man als directeur-grootaandeelhouder in beginsel zorg moet dragen voor afstorting bij een derde, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt. Ondanks het liquiditeitstekort van de onderneming en het ontbreken van kredietfaciliteit, achtte het hof nader onderzoek noodzakelijk.
Het hof benadrukte dat redelijkheid en billijkheid tussen ex-echtgenoten vereisen dat het risico niet volledig bij de vrouw komt te liggen, zeker gezien haar leeftijd en financiële situatie. De man moet zorg dragen voor afstorting en de kosten van de deskundige dragen. Partijen kunnen in onderling overleg alternatieve oplossingen zoeken.
De man werd tevens afgewezen in zijn verzoek om de pensioenverplichting van de vrouw te beperken tot een lager bedrag dan door de deskundige was vastgesteld.
Uitkomst: De man is verplicht het aan de vrouw toekomende deel van het in eigen beheer opgebouwde pensioen af te storten bij een externe pensioenverzekeraar.