ECLI:NL:GHAMS:2012:BW9462
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep effectenleaseovereenkomst en verjaring vernietigingsbevoegdheid echtgenoot
In deze zaak gaat het om een effectenleaseovereenkomst die in juni 1999 is aangegaan tussen Onrust en een rechtsvoorgangster van Dexia. De echtgenote van Onrust, [ Geïntimeerde ], heeft de overeenkomst buitengerechtelijk vernietigd op grond van het ontbreken van haar toestemming zoals vereist volgens artikel 1:88 BW Pro. Dexia heeft deze vernietiging niet geaccepteerd en heeft een restschuld opgeëist.
De kantonrechter heeft de vordering van [ Geïntimeerde ] toegewezen, maar Dexia is in hoger beroep gekomen met de grief dat de vernietigingsbevoegdheid van [ Geïntimeerde ] was verjaard. Volgens Dexia was zij al meer dan drie jaar voor 18 november 2004 met de overeenkomst bekend, waardoor de verjaringstermijn was verstreken.
Het hof oordeelt dat Dexia de stelplicht en bewijslast draagt om te bewijzen dat [ Geïntimeerde ] met het bestaan van de leaseovereenkomst meer dan drie jaar voor de vernietigingsbrief bekend was. Het hof staat Dexia toe dit bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, en houdt iedere verdere beslissing aan totdat dit bewijs is geleverd.
De zaak wordt aangehouden voor nader bewijs en verdere beslissing, waarbij het hof de procedure rond het getuigenverhoor regelt en de partijen oproept tot medewerking.
Uitkomst: Het hof staat Dexia toe te bewijzen dat de echtgenote meer dan drie jaar voor 18 november 2004 bekend was met de leaseovereenkomst en houdt verdere beslissing aan.