ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8790
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.J.G. van Amsterdam
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over afwaardering lening en rentecorrecties vennootschapsbelasting 2004
Belanghebbende, een vennootschap, had in 2004 leningen verstrekt aan haar aandeelhouder Holding. De inspecteur stelde dat deze leningen onzakelijk waren en weigerde de afwaardering van deze vorderingen ten laste van de winst toe te staan, terwijl hij rentecorrecties toepaste. De rechtbank had de aanslag vennootschapsbelasting verminderd en het verlies vastgesteld op € 27.748. Zowel belanghebbende als de inspecteur gingen in hoger beroep.
Het Hof stelde vast dat de lening oorspronkelijk in 1990 was verstrekt, deels was afgelost en dat er tot 1998 een zakelijke rente werd berekend. De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat de lening onzakelijk was, ondanks het ontbreken van schriftelijke overeenkomsten en zekerheden. Ook het rentevrij maken in 1998 was niet onzakelijk. Het Hof oordeelde dat belanghebbende de lening tot nihil mocht afwaarderen vanwege het negatieve eigen vermogen van Holding en het ontbreken van andere activa of inkomsten om de schuld af te lossen.
Ten aanzien van de rentecorrecties stelde het Hof dat deze niet van toepassing waren omdat de lening zakelijk was. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de aanslag van de inspecteur, stelde het verlies voor 2004 vast op € 328.597 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof stelt het verlies van belanghebbende over 2004 vast op € 328.597 en vernietigt de aanslag vennootschapsbelasting en heffingsrente van de inspecteur.