ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5591
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- G.J. Visser
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Faillietverklaring van verweerder wegens betalingsonmacht ondanks verweer niet-ontvankelijkheid
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 26 april 2012 het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd waarin het faillissementsverzoek van appellant [X] tegen geïntimeerde [Y] was afgewezen. Het hof oordeelde dat het verzoek tot faillietverklaring gegrond is omdat verweerder verkeert in de toestand van het hebben opgehouden te betalen.
In de procedure werd betwist of appellant niet-ontvankelijk was wegens het niet vermelden van een eerder afgewezen faillissementsverzoek, maar het hof verwierp dit verweer omdat de rechtbank en het hof reeds op de hoogte waren van die eerdere procedure en verweerder daardoor niet in zijn belangen was geschaad. Ook het beroep op gezag van gewijsde van de eerdere beschikking werd verworpen omdat die beslissing geen oordeel gaf over de huidige betalingsonmacht.
Feiten die het faillissement ondersteunen zijn onder meer een ontbonden intentieovereenkomst, een veroordeling tot schadevergoeding, persoonlijke aansprakelijkheid van verweerder voor achterstallige huurbetalingen en onbetaalde steunvorderingen waaronder een onherroepelijke belastingschuld en vorderingen van derden. Het hof benoemde een rechter-commissaris en stelde een curator aan om het faillissement af te wikkelen.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart verweerder failliet en wijst het faillissementsverzoek toe.