ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4977
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over persoonsgebonden aftrek bij emigratie en belastingplicht
Belanghebbende voerde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake de weigering van de inspecteur om een restant persoonsgebonden aftrek over voorgaande jaren toe te kennen bij de aanslag inkomstenbelasting 2007.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende aanspraak kon maken op een bedrag van € 51.202 aan persoonsgebonden aftrek, opgebouwd in de jaren voorafgaand aan 2007, terwijl zij in die periode buitenlands of binnenlands belastingplichtig zou zijn geweest.
De rechtbank had geoordeeld dat belanghebbende in de periode van 1997 tot 2006 noch binnenlands noch buitenlands belastingplichtig was, omdat zij geen inkomen uit Nederlandse bronnen had genoten. Dit oordeel werd door het Hof bevestigd, waarbij ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen wegens gebrek aan bewijs.
Het Hof overwoog dat het aan belanghebbende was om aannemelijk te maken dat zij recht had op de aftrek, hetgeen niet was gelukt. De door belanghebbende overgelegde bankafschriften en correspondentie konden het oordeel van de rechtbank niet wijzigen.
De uitspraak bevestigt dat het Nederlandse belastingrecht strikt toepast wanneer het gaat om belastingplicht en persoonsgebonden aftrek, en dat het niet aan de rechter is om billijkheidstoetsen te verrichten of buitenlandse wetgeving te toetsen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de inspecteur om het restant persoonsgebonden aftrek toe te kennen wordt bevestigd.