ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4829
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep onderhoudsbijdrage tijdens schuldsanering tussen ex-partners
Partijen zijn gescheiden en hebben twee kinderen. De man is toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) per 4 december 2009. De man verzocht om nihilstelling van zijn onderhoudsverplichtingen vanaf die datum, maar diende het verzoek pas op 25 augustus 2010 in. De rechtbank handhaafde de onderhoudsverplichtingen over de periode van 4 december 2009 tot 25 augustus 2010.
In hoger beroep stelde de man dat hij vanaf 4 december 2009 geen draagkracht had om onderhoud te betalen. De vrouw en [kind A] betwistten dat zij tijdig op de hoogte waren van de schuldsanering en voerden aan dat de man te laat was met zijn verzoek. Het hof oordeelde dat de vertraging voor rekening van de man komt en dat de vrouw en [kind A] pas vanaf april 2010 rekening hadden kunnen houden met wijziging van de bijdragen.
Verder bleek uit stukken dat de rechter-commissaris tot juni 2010 geen rekening hield met onderhoudsverplichtingen bij het bepalen van het vrij te laten bedrag. Het hof stelde daarom de onderhoudsbijdragen over de periode van 6 april 2010 tot 1 juli 2010 op nihil en vanaf 1 juli tot 25 augustus 2010 op €136 per kind per maand. De rest van de beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Onderhoudsbijdragen zijn nihil gesteld van 6 april 2010 tot 1 juli 2010 en daarna gedeeltelijk vastgesteld tot 25 augustus 2010.