ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4795
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer schadevergoeding wegens strafrechtelijk onderzoek door werkgever
Een werknemer was in dienst bij Gourmet B.V. als material manager en betrokken bij importactiviteiten waarbij misstanden werden onderzocht door de FIOD/ECD. Hij werd zelf strafrechtelijk vervolgd en aanvaardde een transactie met een geldboete en werkstraf. Vervolgens vorderde hij civielrechtelijk schadevergoeding van zijn werkgever en diens directeur wegens onrechtmatig handelen en misbruik van procesrecht.
De kantonrechter kende hem een beperkte immateriële schadevergoeding en kosten toe, maar wees overige vorderingen af, waaronder vergoeding voor portretrecht en volledige advocaatkosten. In hoger beroep vorderde de werknemer een hogere schadevergoeding en stelde dat de werkgever onrechtmatig had gehandeld door hem opdrachten te geven die tot strafbare feiten leidden.
Het hof oordeelde dat de zorgplicht van de werkgever onder artikel 7:658 BW Pro niet van toepassing was, dat geen sprake was van misbruik van procesrecht door de werkgever en dat onvoldoende bewijs was geleverd voor omvangrijke buitengerechtelijke kosten. De eerder toegekende schadevergoeding werd als passend en billijk bevestigd.
Uiteindelijk werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, de vermeerderde vorderingen afgewezen en de werknemer veroordeeld in de proceskosten van het principaal appel. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van het incidenteel appel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vermeerderde vorderingen van de werknemer af.