ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4772
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- M. Wigleven
- W.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarige na echtscheiding
Na echtscheiding van de ouders is de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind onderwerp van geschil. De moeder en vader hebben elk een eigen voorstel voor de hoofdverblijfplaats en de verdeling van zorg- en opvoedingstaken ingediend. Het hof weegt de betrokkenheid en mogelijkheden van beide ouders af.
De minderjarige verblijft sinds juni 2010 om en om bij beide ouders. Met het naderende schoolgaande leeftijd van het kind en de geografische afstand tussen de woonplaatsen, is een definitieve keuze noodzakelijk. Beide ouders zijn betrokken en in staat een goed opvoedingsklimaat te bieden. De moeder woont in een eigen huurwoning, is werkzoekend en heeft een lat-relatie; de vader heeft een fulltime baan en ouderschapsverlof aangevraagd om zorg te kunnen bieden.
Het hof besluit dat het belang van het kind het beste gediend is met hoofdverblijfplaats bij de moeder. De zorg- en opvoedingstaken worden verdeeld met het eerste weekend van de maand bij de moeder en de overige drie weekenden bij de vader, inclusief de helft van de vakanties. Tevens wordt een maandelijkse bijdrage van € 200 door de vader aan de moeder vastgesteld voor de kosten van verzorging en opvoeding. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de moeder vastgesteld met een zorgregeling en een maandelijkse bijdrage van € 200 door de vader.