ECLI:NL:GHAMS:2012:BW3373
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag na reorganisatie bij Zurel Logistics
Appellant, sinds 1978 in dienst bij Zurel en werkzaam als medewerker bewerking, werd ontslagen per 1 oktober 2009 na een door het UWV verleende ontslagvergunning in het kader van een reorganisatie bij Zurel Group en haar dochtervennootschappen. Bij de reorganisatie vervielen 112 arbeidsplaatsen, waarbij het Sociaal Plan voorzag in een outplacementregeling en suppletie op sociale uitkeringen.
Appellant stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat er onvoldoende bedrijfseconomische redenen waren, het anciënniteitbeginsel onjuist was toegepast, passend werk beschikbaar was en de financiële gevolgen voor hem te zwaar wogen. Het hof oordeelde dat de vordering alleen tegen zijn werkgever Zurel Logistics kon worden ingesteld en dat de reorganisatie onvermijdelijk was gezien de financiële situatie van de gehele groep.
Het hof verwierp de stellingen dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren, dat het afspiegelingsbeginsel onjuist was toegepast en dat appellant recht had op een ruimere afvloeiingsregeling dan het Sociaal Plan bood. Ook de persoonlijke omstandigheden van appellant rechtvaardigden geen andere beoordeling. Wel werd het vonnis van de kantonrechter vernietigd voor zover de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij appellant alsnog in de kosten van eerste aanleg werd veroordeeld en in hoger beroep in de proceskosten werd verwezen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was en wijst het hoger beroep af, met aanpassing van de proceskostenverdeling.