ECLI:NL:GHAMS:2012:BW3371
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag na reorganisatie bij Zurel Logistics
Appellant is sinds 6 november 2000 in dienst geweest bij Zurel en werd op 1 september 2009 ontslagen wegens een reorganisatie bij Zurel Logistics, onderdeel van de Zurel Group. Het ontslag volgde na toestemming van het UWV en betrof een ingrijpende reorganisatie waarbij 112 arbeidsplaatsen vervielen. Appellant stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege onvoldoende bedrijfseconomische gronden, onjuiste toepassing van het anciënniteit- en afspiegelingsbeginsel, en onvoldoende financiële compensatie.
De kantonrechter wees de vorderingen af, onder meer omdat appellant alleen een arbeidsovereenkomst met Zurel Logistics had en niet met de andere vennootschappen. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de financiële situatie van de gehele Zurel Group relevant was voor de noodzaak van de reorganisatie. De prognoses en verliezen werden geverifieerd en het hof vond dat de maatregelen noodzakelijk waren. Het afspiegelingsbeginsel was juist toegepast, waarbij alleen functies binnen Zurel Logistics relevant waren.
Verder oordeelde het hof dat het Sociaal Plan, ondanks het ontbreken van vakbondsgoedkeuring, voldoende waarborgen bood en dat appellant geen uitzonderlijke positie had die een ruimere regeling vereiste. Het outplacementtraject en de suppletieregeling voldeden aan de normen van goed werkgeverschap. Appellants persoonlijke omstandigheden rechtvaardigden geen andere beoordeling. Wel werd de proceskostenveroordeling van de kantonrechter vernietigd en appellant veroordeeld tot betaling van de kosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag wegens reorganisatie en wijst de vorderingen van appellant af, maar past de proceskostenveroordeling aan.