ECLI:NL:GHAMS:2012:BW3274
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- H.E. Kostense
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van meerdere vennootschappen, waaronder K-Investments B.V., had bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Amsterdam. Na afwijzing van het bezwaar door de heffingsambtenaar stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank. Vervolgens vernietigde de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag, waarna belanghebbende het beroep introk en verzocht om vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75a Awb.
De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet was gebleken dat belanghebbende professionele rechtsbijstand had ontvangen die voor vergoeding in aanmerking kwam. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep. Het hof stelde vast dat de factuur van de adviseur was gericht aan K-Investments B.V. en niet aan belanghebbende privé. De enkele stelling dat de kosten doorbelast zouden worden aan belanghebbende werd onvoldoende onderbouwd.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet had voldaan aan zijn bewijslast om aan te tonen dat de kosten daadwerkelijk door hem privé waren gedragen. Ook was geen verzoek om vergoeding in de bezwaarfase gedaan, waardoor kosten uit die fase niet voor vergoeding in aanmerking kwamen. Het hof verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van proceskosten afgewezen wegens onvoldoende bewijs van privébetaling van de kosten.