ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0615
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag en vergrijpboete omzetbelasting wegens grove schuld
Belanghebbende, een ondernemer, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd voor het jaar 2001 wegens een openstaande schuld van €2.202. Tevens werd een vergrijpboete van 25% opgelegd vanwege grove schuld, omdat belanghebbende naliet de verschillen uit een herrekening op suppletieaangiften aan te geven.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en stelde de boete nihil, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag tijdig was opgelegd en dat de inspecteur voldeed aan de vereisten van artikel 67f AWR voor het opleggen van een boete, ondanks dat de boete niet gelijktijdig met de naheffingsaanslag werd opgelegd.
Het Hof stelde vast dat de brief van 27 november 2006 als mededeling voldeed aan de wettelijke eisen en dat sprake was van grove schuld. De boete werd passend en geboden geacht, maar wegens overschrijding van de redelijke termijn werd deze met 10% verminderd tot €495. Het incidenteel hoger beroep tegen de naheffingsaanslag werd ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door het Hof op 29 maart 2012, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt bevestigd en de boete wegens grove schuld wordt verminderd tot €495.