ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0614
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- J.P.F. Slijpen
- R.H. Happé
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrekbaarheid volledige hypotheekrente na echtscheiding
Belanghebbende was gehuwd en samen eigenaar van een woning, maar woonde vanaf 1 november 2003 gescheiden van haar ex-partner, die in 2004 in de bijstand kwam. De woning werd formeel pas in 2006 aan haar toegedeeld, maar feitelijk droeg zij vanaf 2003 alle lasten en genoot het volledige woongenot.
De inspecteur weigerde de volledige hypotheekrenteaftrek over 2004 en 2005 en nam slechts de helft aan, omdat de woning formeel gemeenschappelijk eigendom bleef. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de woning voor de helft als eigen woning gold en alleen die helft aftrekbaar was.
Het Hof oordeelde echter dat de feitelijke situatie en afspraken, ondersteund door een akte en rechterlijke beslissingen, wezen op volledige economische eigendom en lasten voor belanghebbende. Daarom komt haar de volledige aftrek toe. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken, verklaarde het beroep gegrond, en matigde de aanslagen dienovereenkomstig. Tevens veroordeelde het Hof de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat belanghebbende de volledige betaalde hypotheekrente kan aftrekken en vermindert de aanslagen 2004 en 2005 dienovereenkomstig.