ECLI:NL:GHAMS:2012:BV8922
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- W.J. Noordhuizen
- C.C. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst wegens misbruik van bevoegdheid bij onregelmatig ontslag
Een werknemer trad in 1992 in dienst bij ING Bank Personeel B.V. en vervulde hoge functies in het buitenland met een hoog salaris. Op 20 juni 2011 werd hij op staande voet ontslagen. ING vroeg later een ontslagvergunning aan bij het UWV en ontbond de arbeidsovereenkomst zonder inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. De werknemer startte een ontbindingsprocedure en stelde het ontslag onregelmatig en misbruik van bevoegdheid vast.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst en kende een hoge ontslagvergoeding toe, waarbij hij de opzegging zonder opzegtermijn als misbruik van bevoegdheid kwalificeerde. ING ging in hoger beroep en stelde dat het wettelijke appelverbod was doorbroken en dat er dringende redenen waren voor het ontslag zonder opzegtermijn.
Het hof oordeelde dat ING de bevoegdheid om de opzegtermijn niet in acht te nemen had misbruikt, omdat het ontslag mede was bedoeld om de ontbindingsprocedure te blokkeren en andere aangevoerde redenen onvoldoende waren. Ook stelde het hof dat het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 van toepassing bleef. Het beroep van ING werd verworpen en zij werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verwerpt het hoger beroep en bevestigt dat het ontslag onregelmatig was en sprake is van misbruik van bevoegdheid.