ECLI:NL:GHAMS:2012:BV8264
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- A.V.T. de Bie
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Man niet-ontvankelijk in verzoek tot ontkenning vaderschap wegens overschrijding termijn
De man diende een verzoek in tot ontkenning van zijn vaderschap van een minderjarig kind, waarbij hij tevens een DNA-onderzoek wilde laten uitvoeren. Hij stelde pas in september 2010 te hebben vernomen dat hij mogelijk niet de biologische vader was, maar het hof stelde vast dat hij al bij de geboorte van het kind vermoedens had, ondersteund door het bestaan van twee verschillende geboortekaartjes waarop verschillende ouders werden vermeld.
De vrouw betoogde dat de man al vóór de geboorte op de hoogte was van de mogelijkheid dat hij niet de vader was, hetgeen door het hof werd bevestigd. De man kon geen bevredigende verklaring geven voor het laten drukken van twee versies van het geboortekaartje, wat het hof als doorslaggevend beschouwde.
Op grond hiervan oordeelde het hof dat de man zijn verzoek tot ontkenning van het vaderschap te laat had ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van één jaar zoals bepaald in artikel 1:200 lid 5 BW Pro. Bijzondere omstandigheden die een uitzondering op deze termijn zouden rechtvaardigen, waren niet gesteld of gebleken.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking van de rechtbank Haarlem, waarbij de man niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn verzoek. De minderjarige werd voorafgaand aan de zitting gehoord en gaf aan te willen vasthouden aan de huidige situatie waarin de man op papier zijn vader blijft, ondanks het geringe contact.
De bijzonder curator adviseerde eveneens afwijzing van het verzoek, stellende dat als het de man om waarheidsvinding ging, hij ook alleen een DNA-onderzoek had kunnen verzoeken zonder ontkenning van het vaderschap.
Uitkomst: Het hof verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot ontkenning van het vaderschap wegens overschrijding van de wettelijke termijn.