ECLI:NL:GHAMS:2012:BV8225
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats kind bij moeder ondanks feitelijk verblijf bij vader
In deze zaak staat de hoofdverblijfplaats van [kind 2] centraal. Hoewel het kind het merendeel van de tijd feitelijk bij de vader verblijft, is door de rechtbank de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld. De vader verzocht om wijziging van deze hoofdverblijfplaats en beëindiging van zijn onderhoudsbijdrage.
Het hof overwoog dat partijen gezamenlijk het gezag uitoefenen en dat bij de beslissing het belang van het kind en diens broer centraal staat. De vader baseert zijn verzoek vooral op praktische en financiële overwegingen, terwijl de communicatie tussen ouders ernstig tekortschiet, wat nadelig is voor het welzijn van het kind.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de beschikking te bekrachtigen. Het hof concludeerde dat wijziging van de hoofdverblijfplaats niet in het belang van het kind is en dat het financiële belang van de vader niet doorslaggevend kan zijn. Daarom werd de beschikking van de rechtbank bevestigd en het verzoek van de vader afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij de moeder blijft en wijst het verzoek van de vader af.