ECLI:NL:GHAMS:2012:BV8136
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen dwaling of tekortkoming bij vermogensbeheer in hedgefondsen ondanks financiële crisis
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de vermogensbeheerder tekort was geschoten in haar informatie- en waarschuwingsplicht jegens de belegger, die een aanzienlijk bedrag had belegd in hedgefondsen. De belegger stelde dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de beperkte liquiditeit en de mogelijkheid van opschorting van inkooptermijnen van de hedgefondsen, en dat de overeenkomst onder dwaling tot stand was gekomen.
Het hof oordeelde dat de belegger voldoende ervaring en kennis had om de risico's van hedgefondsbeleggingen te begrijpen, mede omdat hij de relevante fact sheets had ontvangen en regelmatig over zijn portefeuille werd geïnformeerd. De vermogensbeheerder had de belegger tijdig geïnformeerd over de inkooptermijnen en had maatregelen genomen om de effecten van opschortingen te beperken door deelnemingsrechten in Sinanofondsen onder te brengen.
Verder stelde het hof vast dat de belegger pas in december 2010 een beroep op dwaling deed, waardoor dit beroep verjaard was volgens artikel 3:52 lid 1 sub c BW Pro. De overige grieven van de belegger werden afgewezen en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. De belegger werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de appellant af wegens gebrek aan dwaling en tekortkoming.