ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7724
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating van Staat tot voeging in geschil over immuniteit van jurisdictie van Chili
In deze zaak vordert de Staat der Nederlanden zich te mogen voegen aan de zijde van Chili in het geschil met Azeta over de immuniteit van jurisdictie van Chili en de ontvankelijkheid van haar verzet tegen een verstekvonnis. Azeta had Chili in 1984 gedagvaard en een veroordeling verkregen, maar Chili stelde later immuniteit van jurisdictie in. Na diverse procedures, waaronder cassatie bij de Hoge Raad, werd de zaak verwezen naar het hof.
De Staat baseert zijn vordering tot voeging op zijn volkenrechtelijke verplichtingen om de immuniteit van vreemde staten te waarborgen. Azeta betwist het belang van de Staat bij voeging, stellende dat na het arrest van de Hoge Raad het debat over immuniteit niet meer aan de orde is. Het hof oordeelt echter dat het belang van de Staat voldoende is, mede vanwege de mogelijke nadelige gevolgen voor de rechtspositie van de Staat.
Het hof wijst de vordering van de Staat tot voeging toe en stelt de beslissing over proceskosten aan tot de eindbeslissing in de hoofdzaak. Tevens wordt de Staat in de gelegenheid gesteld een memorie na verwijzing te nemen, waarna Azeta kan reageren. Het verdere verloop van de procedure wordt aangehouden.
Uitkomst: De vordering van de Staat tot voeging aan de zijde van Chili wordt toegewezen.