ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7366
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tussenkomst en schorsing procedure wegens ontbreken belang curatoren
De curatoren van het faillissement van N.V. De Indonesische Overzeese Bank (Indover) vorderden tussenkomst in een procedure tussen Credit Europe Bank N.V. (CEB) en Bank Indonesia (BI) met het verzoek om schorsing of aanhouding van die procedure totdat hun eigen procedure tegen BI was afgerond. Het hof oordeelde dat de curatoren niet het in artikel 217 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereiste belang hadden, omdat hun vordering geen kans van slagen had.
De curatoren baseerden hun vordering op het standpunt dat BI onrechtmatig had gehandeld jegens Indover en haar schuldeisers door het weigeren van financiële steun, terwijl BI het vertrouwen had gewekt dat die steun zou worden verleend. CEB stelde zich op het standpunt dat haar vordering tegen BI gebaseerd was op andere feiten en stukken, zoals call reports en een corporate plan, die niet door de curatoren werden gebruikt.
Het hof stelde vast dat de curatoren en CEB zich niet baseren op hetzelfde feitencomplex, waardoor een belangenafweging tot afwijzing van de vordering tot schorsing of aanhouding leidde. De rechtbank had de vordering van BI in het bevoegdheidsincident reeds afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam en wees de grieven van de curatoren af, waarbij de curatoren in de kosten van het hoger beroep werden veroordeeld.
Uitkomst: De vordering tot tussenkomst door de curatoren wordt afgewezen wegens ontbreken van het vereiste belang.